| ANW-hiaat
Verzekering
Op 1 juli 1996 is er een einde gekomen aan de Algemene Weduwen en
Wezenwet (AWW) en is de Algemene Nabestaandenwet (ANW) in werking getreden.Hieronder
leest u meer over de verstrekkende gevolgen van de wijziging. En over
wat u daartegen kunt doen.
Wie komt er nog in aanmerking voor een uitkering?
Gevolg van de wetswijziging is dat niet meer elke nabestaande in aanmerking
komt voor een ANW-uitkering. Als u komt te overlijden heeft uw partner
alleen recht op een uitkering als hij of zij:
- Voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is
- Geboren is voor 1 januari 1950
- Voor 1 of meer kinderen zorgt die jonger zijn dan 18 jaar
Hoe hoog is de ANW-uitkering?
De gevolgen van de wetswijziging zijn ingrijpend. De maximale uitkering
wordt fors lager en is mede afhankelijk van uw inkomen. De ANW-uitkering
bedraagt maximaal 70% van het netto-minimumloon, dus zo’n 1300 gulden
netto per maand. En als er 1 of meer kinderen jonger dan 18 jaar zijn,
is de uitkering maximaal 90%, dat is rond ƒ1700 gulden netto per
maand.
De ANW is echt een bodemvoorziening. Als het inkomen van de nabestaande
hoger is dan zo'n 1800 euro bruto per maand, dan is er al geen recht meer
op een ANW-uitkering.
Heeft de nabestaande een lager inkomen dan 1800 euro bruto per maand,
dan wordt op de ANW-uitkering gekort. Uitzonderingen hierop zijn een uitkering
uit een nabestaandenpensioen van een werkgever en inkomsten uit vermogen,
zoals bijvoorbeeld een verzekeringsuitkering.
Komt uw partner eigenlijk wel in aanmerking?
Met behulp van het onderstaande schema kunt u vaststellen of uw partner
een volledige, een gedeeltelijke of helemaal geen ANW uitkering zal ontvangen.
Bij overlijden van de kostwinner krijgt de nabestaande nog slechts in
enkele gevallen een uitkering van de overheid, namelijk:
- de nabestaande is geboren voor 1950
- de nabestaande heeft kinderen jonger dan 18 jaar
- de nabestaande is 45 % of meer arbeidsongeschikt.
In alle andere gevallen blijft de nabestaande met lege handen achter.
Algemene Nabestaandenwet (ANW)
De Algemene Nabestaandenwet (ANW) is een volksverzekering, iedereen die
rechtmatig in Nederland woont is hiervoor verzekerd.
De ANW regelt het recht op uitkering voor nabestaanden, halfwezen en wezen.
Met ‘nabestaande’ wordt bedoeld de weduwe of weduwnaar van
een overledene, of de man of vrouw die met de overledene samenwoonde tot
en met de dag van overlijden.
Weduwe/weduwnaar voor 1 juli 1996
Voor weduwen, weduwnaars en wezen die vóór 1 juli 1996 al
recht hadden op een AWW-pensioen, is er een overgangsregeling (met afwijkende
regels). Meer informatie hierover kunt u vinden bij de Sociale Verzekeringsbank.
Verzekerd
Wie rechtmatig in Nederland woont is verzekerd voor de ANW. Ook als u
niet in Nederland woont, maar wel hier werkt en op grond daarvan onder
de loonbelasting valt, bent u verzekerd. Tot 1 januari 2000 kunt u op
grond van sommige Nederlandse uitkeringen ook in het buitenland verzekerd
blijven. (Daarna uitsluitend als vrijwillig verzekerde.) In het algemeen
bent u niet verzekerd als u zich in het buitenland vestigt of daar gaat
werken.
Bij tijdige aanmelding is het mogelijk om de verzekering vrijwillig voort
te zetten.
Partnerbegrip in de ANW
Voor de ANW zijn met gehuwden gelijkgesteld geregistreerde partners en
ongehuwd samenwonenden. U bent samenwonend als u met iemand anders een
gezamenlijke huishouding voert. Dat is het geval als u gezamenlijk voorziet
in huisvesting en ieder van u een bijdrage levert in de kosten van de
huishouding, dan wel op een andere manier in elkaars verzorging voorziet.
De gelijkstelling geldt niet als u samenwoont met één van
uw ouders of met uw (meerderjarig stief- of pleeg)kind, en ook niet als
u met meerdere personen samenwoont.
Wanneer recht op ANW?
Recht op uitkering bestaat als de overledene op de dag van overlijden
verzekerd was voor de ANW en de nabestaande aan bepaalde voorwaarden voldoet.
Soorten uitkering
De ANW kent drie soorten uitkeringen:
- nabestaandenuitkering
- halfwezenuitkering
- wezenuitkering.
Nabestaandenuitkering
Een nabestaande heeft recht op een ANW-uitkering als de overledene op
de dag van overlijden verzekerd was voor de ANW én de nabestaande:
- een ongehuwd eigen kind, stief- of pleegkind onder de 18 jaar heeft
dat niet tot het huishouden van een ander behoort,
- in verwachting is,
- arbeidsongeschikt is voor ten minste 45% en de arbeidsongeschiktheid
ten minste drie maanden zal duren, of
- geboren is vóór 1 januari 1950.
Gescheiden
Ook ex-gehuwden (of ex-partners die zich bij de burgerlijke stand hadden
laten registreren) kunnen recht hebben op een nabestaandenuitkering, voorzover
zij door dit overlijden inkomsten uit alimentatie verliezen. Deze alimentatieverplichting
moet door de rechter zijn opgelegd of in een notariële of onderlinge
akte - mede ondertekend door een advocaat - zijn vastgelegd. Verder moet
de nabestaande zowel op dag van de (echt)scheiding als op de dag van overlijden
van de ex-(huwelijks)partner voldoen aan de genoemde voorwaarden.
De uitkering kan nooit hoger zijn dan de vastgestelde alimentatie.
Geen recht
De nabestaande heeft onder andere geen recht op een nabestaandenuitkering
als de echtgenoot of degene met wie men samenwoonde is overleden:
- binnen een jaar nadat men is getrouwd of is gaan samenwonen of
- binnen een jaar na aanvang van de verzekering
- de gezondheidstoestand op het moment van trouwen/samenwonen of aanvang
van de verzekering al zo slecht was dat het overlijden binnen een jaar
was te verwachten.
Had de nabestaande eerder een AWW- of ANW-uitkering die door dit huwelijk
of de samenwoning was gestopt, dan is er wél opnieuw recht.
Hoogte
De nabestaandenuitkering bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon
en is afhankelijk van het inkomen. Bedragen vindt u bij de Sociale Verzekeringsbank.
Inkomen
De hoogte van de nabestaandenuitkering is afhankelijk van het inkomen
van de nabestaande.
- Inkomen in verband met arbeid (o.a. uitkeringen), wordt volledig
gekort op de nabestaandenuitkering.
- Inkomen uit arbeid (loon, winst, VUT-uitkering, vervroegd pensioen)
blijft gedeeltelijk vrij. De vrijlating is 50% van het bruto minimumloon
plus 1/3 deel van het meerdere inkomen. Het resterende bedrag wordt
van de nabestaandenuitkering afgetrokken.
Eigen vermogen, de inkomsten daaruit en aanvullende nabestaandenpensioenen
worden niet op de nabestaandenuitkering gekort.
Halfwezenuitkering
Recht op een halfwezenuitkering heeft degene die een halfwees tot 18 jaar
in zijn huishouding verzorgt.
Vaak is dat de overblijvende ouder, maar het kan ook iemand anders zijn.
De halfwezenuitkering bedraagt (per gezin) 20% van het netto minimumloon
en is niet afhankelijk van het inkomen.
Wezenuitkering
Een kind van wie beide ouders zijn overleden, heeft recht op een wezenuitkering.
In principe bestaat recht op wezenuitkering voor wezen tot 16 jaar. Voor
wezen van 16 jaar en ouder alleen als het kind:
- ten minste 45% arbeidsongeschikt is, tot het 18e jaar. Daarna kan
het kind in aanmerking komen voor een Wajonguitkering (op grond van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten).
Het recht op een wezenuitkering loopt door tot het kind 21 jaar is, als
dat kind:
- onderwijs volgt gedurende gemiddeld 213 klokuren per kwartaal. Huiswerk
en reistijd tellen hierbij niet mee; of
- de eigen huishouding verzorgt waarin nog een broer of zus woont dat
recht heeft op een wezenuitkering.
De hoogte van de wezenuitkering is afhankelijk van de leeftijd van de
wees. De wezenuitkering is onafhankelijk van eventueel ander inkomen.
Vakantie-uitkering
Naast de uitkeringen bestaat er recht op een vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering
wordt jaarlijks in mei betaald. Einde van
de nabestaandenuitkering
De nabestaandenuitkering eindigt als de nabestaande:
- 65 jaar wordt;
- overlijdt;
- hertrouwt of gaat samenwonen (behalve wanneer de samenwoning tot doel
heeft om een hulpbehoevende te verzorgen of als de nabestaande zelf
hulpbehoevend is en verzorging nodig heeft);
- niet langer voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is.
De uitkering eindigt ook als:
- het jongste kind 18 jaar wordt of
- het kind onder de 18 jaar tot het huishouden van een ander gaat behoren;
tenzij de nabestaande op dat moment voor ten minste 45% arbeidsongeschikt
is, of is geboren vóór 1 januari 1950 (of hiermee is gelijkgesteld).
Einde van de halfwezenuitkering
De halfwezenuitkering eindigt:
- als de halfwees 18 jaar wordt,
- tot het huishouden van iemand anders gaat behoren,
- als de ouder of verzorger 65 jaar wordt én deze recht heeft
op een één-ouderpensioen van de AOW, of
- als de halfwees wordt geadopteerd door de (nieuwe) echtgenoot van
de overgebleven ouder.
Overlijdensuitkering
Bij overlijden van de nabestaande eindigt het recht op nabestaandenuitkering
en/of halfwezenuitkering met ingang van de dag na het overlijden. De nabestaanden
kunnen recht hebben op de overlijdensuitkering die gelijk is aan de uitkering
die de overledene over een maand ontving en de daarbij behorende vakantie-uitkering.
De overlijdensuitkering is belasting- en premievrij.
Voor wie is de overlijdensuitkering?
Recht op de overlijdensuitkering hebben:
- de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen; of, als
die er niet zijn
- degene met wie de nabestaande in gezinsverband leefde en voor wie
hij of zij grotendeels in het levensonderhoud voorzag. Meestal gaat
het dan om meerderjarige, thuiswonende (stief- of pleeg)kinderen.
sitemap
Vrijwillige verzekering
Wanneer de verplichte verzekering eindigt, bijvoorbeeld omdat u in het
buitenland gaat wonen of werken, kunt u de verzekering voor de ANW vrijwillig
voortzetten. Dit kan alleen in combinatie met een vrijwillige verzekering
voor de AOW.
ANW in het buitenland
Sinds 1 januari 2000 geldt dat u uitsluitend met behoud van de ANW-uitkering
kunt wonen in de EU/ EER-landen, de Nederlandse Antillen, Aruba en landen
waarmee Nederland een bilateraal verdrag heeft gesloten (met uitzondering
van Australië). U kunt de ANW-uitkering ook meenemen als u in het
algemeen belang in het buitenland werkt, dus bijvoorbeeld als u diplomaat
bent of ontwikkelingswerker.
Woonde u al vóór 2000 met uw ANW -uitkering in een niet-verdragsland,
dan behoudt u op grond van een overgangsregeling tot 2003 uw ANW -uitkering.
Mocht er intussen een verdrag tot stand komen tussen uw woonland en Nederland,
dan behoudt u ook na 2003 uw uitkering.
Vraag
hier vrijblijvend een formulier aan
Het laatste financiele nieuws
[an error occurred while processing this directive]
|